Beloken Pasen – Ivo de Jong


Beloken Pasen in Nuenen

zondag 12 april 2015

Ivo de Jong

Inleiding

Vandaag heet het Beloken Pasen. Ouderwets woord! Komt van luiken; ontluiken kennen we nog wel. Pasen heb ik gevierd in Schiedam en in Lunteren, twee van mijn vijf gemeentes. Jaja.. Vandaag gaan de luiken van Pasen dicht, maar het is nog een zondag wit; en vanaf volgende week weer groen, tot Pinksteren, want dat is natuurlijk (kinderen?) rood. Met Pasen vertel je natuurlijk een mop; een paasmop. Deze die ik vorige week gevonden heb vind ik wel zo leuk, die moet ik wel vertellen. Het gaat over een boer die een ezel had – en was:

….
Boven de omstandigheden leven…
Dat deed Van Gogh. Ik zal twee schilderijen van hem gebruiken in plaats van bijbelteksten. De zaaier – en het bloeiende veldje. Hij geloofde in zijn kunst, zonder dat hij er nog iets voor verdiende. Strakjes gaan we het verhaal van Thomas lezen, over Jezus die door geloken, gesloten deuren binnen kwam. We willen via Vincent, via het verhaal van de ezel, door middel van de liedjes van vandaag en de uitleg proberen Pasen ons te binnen te laten schieten – hoewel we beloken, gesloten, ongelovig zijn.
Bidden we om ontferming.
Lief geheim dat ons bezielt. We hebben kiemkracht in ons, ergens in ons klopt het, en wacht het om op te staan. Ontferm je over ons, met jouw zon, jouw bronwater, jouw goede zorgen, jouw vertrouwen in ons. We hebben een zetje nodig; een kracht die ons open maakt en open houdt, die de steen van onze akker, van voor ons graf weg rolt. Schiet ons te binnen, maak ons opgewekt.. Amen.
Kinderen
Nou heb ik eigenlijk niet veel meer te vertellen hoor. Het verhaal van de ezel – dat hebben we al gehad. Ik denk dat jullie het ook over Thomas gaan hebben. Maar nog even die twee Van Gogh’s. Die zaaier die hing bij ons thuis boven de trap toen ik 4 5 en 6 jaar was. Kijk er nog even goed naar en wat denk je dan? Jullie zijn kenners..
Tenslotte gedicht: “steen”

Preek

Kijk: die prachtige zonsondergang (– ondergang!) van Van Gogh.
Toen de mensen dit schilderij zagen merkten ze spottend op, dat een akker toch zeker nooit paars is? En de hemel hadden ze nog nooit groen gezien; bovendien, die knotwilg wel heel ongelukkig op dat landje en bederft het zicht.
O, en: zulke giga-zonnen zijn natuurlijk evenmin voorstelbaar.
Van Gogh had na al die kritiek nooit kunnen dromen, dat het honderdvijfentwintig jaar na zijn dood in 1890, nu dus, een “Van Gogh jaar” zou zijn in zijn Nederland; en dat er zelfs postzegels van zijn zonnebloemen en zonsondergangen, zaaiers en olijfbomen zouden uitkomen.
Het zaad van zijn zaaier is ontkiemd mag je wel zeggen..! Of ontluikt..
Maar eerst moest hij er zelf voor sterven. Vincent was misschien wel de zaaier – en wij de akker. Hoe landt datgene wat de zaaier zaait, of de ziener ziet..?
Tegenwoordig hebben we door hem geleerd anders te kijken. We kijken anders naar Van Gogh, en naar de zon en zijn zaaier, de wilg en de akker.
Knotwilgen staan voor Vincent symbool voor uitbotten; de zon, dat is de Zoon, die groots ten onder gaat – maar de belofte hangt al in de lucht om morgen vroeg weer op te staan. Zo bedoelde Vincent dat. Hij heeft veel zaaiers geschilderd.
Deze zaaier zaait in de avond.
Een boer zag vier weken geleden wat ik niet beseft had:
Dat het avond was, en boeren zaaien ’s avonds nu eenmaal niet, zegt hij, want dan kun je niet goed mikken: het zaad komt anders op de weg of in de berm, bij de dorens. Dus.
Dit is echt een ideeën-schilderij. Een theologisch, een gelovig schilderij.
Vincent wilde geloven, en laten zien dat juist – juist als je denkt dat de nacht valt, juist, als je in tranen zaait.. Dat de lucht groen is; vruchtbare lucht, hemel..!
Ik heb het deze afbeelding zo vier weken geleden gebruikt in de veertigdagentijd.
De liturgische kleur was toen, inderdaad, paars.
De lezing was: als het graan niet sterft, en psalm 126.
En nu weet ik helemaal zeker, dat Van Gogh dat allemaal erbij gedacht heeft toen hij schilderde. De domineeszoon, de man die zo graag predikant worden wou en dat maar twee maand volgehouden heeft. Paars, de zaaier. De lezing van de zondag waarop ik dit doek gebruikte, was en in de hele oecumene dezelfde: De graankorrel. Van Gogh dacht zeker & vast aan psalm 126 (citeren).
Want waarom is de zaaier, zegt psalm 126 in tranen, als hij zaait?
Wel: hij had er ook een brood van kunnen bakken voor zijn arme familie.. hij moet maar hopen, dat het zaad in goede aarde valt en vrucht gaat dragen.. het is een daad van geloof, zaaien. Zaaien is een offer aan de toekomst. Een voorschot nemen op wat komst. Hopen.
Vincent heeft duizend doden gestorven, en toch dit evangelie geschilderd. Bij hem is veel afgeknot en afgesneden… Hij deed niet wat mensen van hem verwachten, hij deed het anders. Daar had hij last van en kreeg hij last mee.
Maar hij bleef geloven in opstanding, en in de levenskracht van de knotwilg.
Dit schilderij – dat als kopie in mijn huis in Leeuwarden hing, ik moet vijf jaar zijn geweest – toen verhuisden we – het heeft een onuitwisbare indruk op me gemaakt. Het zaad is tenslotte ontkiemd. Het is, of ik het nu pas begrijp. Die zaaier, is eeuwig. Van Gogh is eeuwig. De zon, de hemel. We hoeven niet paarsbang te blijven.
En over de grootte van de zon: Wist je dat er geleerden zijn die hebben bewezen dat de parel in het oor van het meiske van Vermeer nooit echt kan wezen? Zulke parels zijn immers nog nooit gevonden. Het doek van Vincent is een theologisch schilderij. Eerst de ideeën, of: het geloof; de werkelijkheid is anders, maar daar gaat het hier (…!) niet om.
Nu dan: dezelfde Vincent, maar een seizoen later.
Het zaad ontkiemde – en stond op. De zaaier kijkt er naar en denkt:
Ja. Zie je nou wel? Het kan wel! Het zet door! Vincent heeft het bloemetjes laten groenen temidden van oude bomen. Hij zegt tegen ons: kijk, het gaat door, het gaat verder, ook als wij oud zijn, als we denken dat het niet meer gaat.
Dat is, alweer, een Paasboodschap.
Het begon met een klein kwetsbaar lichtje: met zaad; en dan ont-luikt het.
Pasen is ontluiken.
De droom van mensen als Jezus is niet stuk te krijgen.
Dat is een wezenlijk deel van Pasen. Daar kunnen we mee verder (..).
Hoop. Ontluik. Neem een voorschot op de toekomst.
Het is een goed gebruik om de kern van een preek in een zin weer te geven; dit is dan de boodschap waarmee u vandaag naar huis toe gaat.
Het hoort bij Thomas: AGeloof is twijfel aan je ongeloof@.
Thomas, Didymus genaamd, de tweeling, de twijfelaar, en toch: apostel..
Tweeling- weegschaal – de mens, die hinkt op twee benen.
Aan de ene kant de materialist, de wetenschapper: de mens die bewijzen wil hebben voor hij zich gewonnen geeft.
AEerst zien, dan geloven@ ; Thomas verkiest het zekere voor het onzekere.
Een broodnuchtere Fries is Thomas echter niet. We hebben hem in het
evangelie van Johannes leren kennen als een van de meest hartstochtelijke volgelingen van Jezus; een man met een groot verlangen. Als Lazarus
is gestorven bijvoorbeeld, en als Jezus dan besluit om er naar toe te
gaan – dan denkt Thomas dat Jezus zijn eigen dood al tegemoet gaat en zegt Thomas tegen zijn vrienden, de andere leerlingen:
AKom – laten we gaan, om samen met Hem te sterven@.
Als Thomas ergens voor gaat, dan gaat hij er ook voor 120% voor. Hij was dus geen opportunist; niet het type twijfelaar dat met alle winden meewaait. Het was een heel erg actief niet weten. Hij zat enorm vol met verlangen.
Thomas is mij zeer sympathiek.
Ik wil de stelling wel verdedigen dat Thomas een mens van deze tijd is. Iemand met wie wij ons kunnen identificeren.
Het is moeilijk om keuzes te maken. Er zijn verbijsterend veel alternatieven..! En dan ben ook ik, net als Thomas, geneigd om dat kleine beetje zekerheid dat ik tenminste nog bezit, te verkiezen boven alle verwarring. Ho dichter bij jezelf, des te verder je komt. Hij wil dicht bij zichzelf blijven.
Thomas is een mens van onze tijd.
Als wij iets wonderlijks horen, dan zijn wij ook geneigd ons, in termen van het verhaal van het zaad en de zaaier, op de vlakte te houden: AEerst zien, dan geloven..@.
Eerst zelf iets van dat slag meemaken voordat we onze zekere gedachtengang laten verstoren. De wens is vaak de vader van de gedachte, weten wij. We laten het zaad niet ontkiemen.
Nu en Thomas was er niet bij toen Jezus verscheen aan de anderen. Ze vertellen hem verhalen waarvan hij wou dat ze waar waren. Maar hoe graag hij ook wil geloven in het opstaan van doden, het genezen van zieken – juist omdat hij het zo graag zou willen geloven! – hij geeft zich er niet op gezag van anderen aan over.
De wens is immers maar al te vaak vader van de gedachte.
Thomas was vol hartstocht en liefde. Hij was dan ook ontzettend droevig omdat zijn droom, zijn ideaal: Jezus, aan het kortste end getrokken had. De boze machten, de harde krachten: zij hadden overwonnen. Dat is verschrikkelijk.
Daar leg je je niet bij neer, maar voordat je gelooft dat Jezus het toch nog echt zal winnen, en niet slechts symbolisch –
Ziet u hem voor u? Kijk maar naar uzelf..
Ook wij willen er heel graag aan geloven, dat er meer tussen hemel en aarde is dan we kunnen meten en weten. We zouden dat wel willen zien en meemaken, maar: dat terrein wordt steeds kleiner. Je merkt er maar weinig van.
Onze cultuur gelooft er steeds minder van.
Wij zouden zo graag willen geloven dat er een tijd komt van gelijke kansen, van eerbied voor het leven; dat er een wereld komt, waarin Jezus niet meer gedood wordt.
Wij zijn eerder Thomas – tweelingen, weegschaal – dan Petrus: de rots, mens uit een stuk, onverdeeld.
Wij zijn als Thomas: Dividuen in plaats van in-dividuen.
Thomas, Didymus, de twijfelaar – apostel met het heen – en weer.
Wij zijn postmodern bij uitstek; overal zit wel wat in, overal is wel wat te vinden. Lappendekens, allemaal.. Thomassen; didymus; twijfelaars.
Het troost me, dat Jezus juist deze Thomas bij zijn volgelingen wilde hebben.
Geloof is: twijfel aan je ongeloof, zei ik als samenvatting van dit hele verhaal. Open voor alternatieven. Voor nieuwe manieren van kijken.
Dat was Thomas, en dat is ook ons grootste talent.
Om van ons voetstuk, van ons standpunt afgeholpen te worden:
AHoewel de deuren gesloten waren, kwam Jezus binnen..@.
En toen Thomas eenmaal zijn Heer en zijn God herkend, ging hij er ook voor: de hele wereld af zelfs! Ik ben bij zijn graf in India geweest.
AZalig zijn zij, die niet gezien en toch geloofd hebben@, zegt Jezus dan.
Natuurlijk kijken we dan met heimwee naar de Moslims die standvastig en zelfbewust geloven – hoewel ze niet gezien hebben.
En verbouwereerd zien we de Afrikanen dansen, zonder reserves, voluit.
Wij kunnen dat niet; wij hinkelen, als Thomas, op twee benen.
Bach en Afrika; wetenschap en geloof; binnen en buiten; kerk en wereld.
Maar tenminste dit: wij twijfelen aan ons ongeloof.
Thomas is hard nodig in deze wereld. Mensen die juist vanwege hun innerlijke verlangen kunnen overbruggen, ontluiken, op vreemde grond kunnen wortel schieten.
Die juist vanwege al die stemmen en tegenstemmen in zichzelf zich kunnen verplaatsen in anderen, en bruggen kunnen bouwen.
Mensen als Thomas en als Vincent.
Die zichzelf serieus nemen, ne leren om boven de omstandigheden te leven.
Mensen die twijfelen aan het on-geloof.
Gebeden:
We zijn ingebed –
Met alle mensen van goede wil
We voelen hun dromen, pijn, gebeden
We zijn verbonden met hen
die ons zijn voorgegaan
verantwoordelijk voor hen, die na ons komen
we zijn in gebed –
En willen onze plek, onze tijd, onze leeftijd in ons op En op ons nemen.
Wij kunnen kijken – en uitzien
Wij kunnen horen – verhoren – luisteren. Wij kunnen geven en vergeven
Wij kunnen LEVEN.
We zullen kloppen, tot het klopt
En delen, tot we heel worden.
Zegen (naar St Patrick):
Grond onder je voeten; zon in het gezicht, wind in je rug, armen om je heen, leef ingebed, en:
Het licht voor je – de schaduwen zullen achter je vallen, Het licht achter je, om je te beschermen in gevaar,
Het licht onder je om je op te vangen Het licht in je – om te troosten in verdriet Het licht rondom je als bescherming,
Het licht boven je – en zegent je:
met recht met licht
vandaag, morgen en in eeuwigheid. (samen) Amen